You are here: Home Inleiding
Document Actions

Inleiding

Het idee om een oeuvrecatalogus van het prentwerk van de graficus Charles Donker (Utrecht 1940) te maken, ontstond een kleine drie jaar geleden toen ik de verzameling van Joop Nieuwstraten in het Rijksprentenkabinet en andere verzamelingen had bestudeerd. In de zomer van 2009 maakte ik kennis met de kunstenaar, die mij toestond om de duizenden prenten van zijn hand te ordenen en bovendien om over de verschillende afdrukken steeds weer nieuwe vragen te stellen. In het najaar van 2010 resulteerde het onderzoek naar deze prenten in een dubbeltentoonstelling in het Centraal Museum die ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van de kunstenaar en de 75ste verjaardag van tekenaar Peter Vos (die tot grote droefenis nog tijdens de tentoonstellingsperiode overleed) werd georganiseerd. Het idee om een digitale catalogus te publiceren had toen al gestalte gekregen: het RKD (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie) in Den Haag werkte op dat moment aan een nieuwe reeks digitale publicaties onder de naam RKDMonographs, waarin de oeuvrecatalogus van Charles Donker een plek zou krijgen. Na een eerste pilot-versie met de prenten uit de jaren 1960-70 kan nu de grotendeels volledige catalogus tijdens de tentoonstelling van het meest recente werk van de kunstenaar bij Galerie Petit in Amsterdam worden gepresenteerd.

Eddy de Jongh, die met Peter Schatborn een eerste ordening maakte in de prenten, die Donker in ruim veertig jaar vervaardigde, voor de monografie en de tentoonstelling Charles Donker - etser in het Rembrandthuis in 2002/03, constateerde dat de kunstenaar geen boekhouder is. Hij meende dat slechts een gok naar het aantal prenten, dat de kunstenaar vervaardigd had, gedaan kon worden, waarbij hij aan enkele honderden prenten dacht. Uiteindelijk werden ruim 600 verschillende prenten, meest etsen beschreven; daaronder is een aanzienlijk aantal dat nooit verder dan enkele proefdrukken is gekomen.

Donkers prentwerk maakte in een periode van ruim vijftig jaar een duidelijke ontwikkeling door, waarin sterke veranderingen in stijl, gebruikte technieken, de keuze van thema’s etc. kunnen worden vastgesteld. Zelden zijn de prenten evenwel in de plaat gedateerd, maar de kunstenaar heeft wel vaak dateringen aan de prenten gegeven, ongetwijfeld op verzoek van de kopers, vaak musea en kunsthistorici, en de samenstellers van tentoonstellingen en publicaties. De dateringen van dezelfde prenten kunnen daarbij vaak enkele jaren en soms meer verschillen. Zelden blijkt een prent met zekerheid binnen een jaar te dateren te zijn, soms werkt de kunstenaar er langer aan, soms blijven platen liggen. Toch is een poging gedaan de prenten globaal chronologisch te ordenen, daarbij geholpen door informatie van de kunstenaar, vermeldingen of afbeeldingen in recensies, verkooplijsten van tentoonstellingen etc. en aan de hand van de boekjes waarin Donker vanaf 1972 de verkochte afdrukken van zijn prenten noteerde.

Het samenstellen van deze catalogus is een avontuur gebleven. Nog steeds duiken in de mappen, laden en kasten van Charles Donker en in de talrijke verzamelingen van liefhebbers nieuwe prenten, staten en informatie over zijn werk op. Daarbij is het oeuvre van de kunstenaar nog lang niet afgesloten. Zo maken verschillende oudere prenten, waarover de kunstenaar niet tevreden was, nieuwe stadia van bewerking door en komen nieuwe prenten tot stand.

Daarom blijft de catalogus een work in progress, waarbij nieuwe inzichten, gegevens en prenten kunnen worden toegevoegd en vergissingen kunnen worden gecorrigeerd. Om die reden is een digitale publicatie op de website een voor de hand liggende vorm. Daarbij bestaat er niet alleen de mogelijkheid om de prenten (onder meer die uit het bezit van de kunstenaar) in detail te bekijken, maar ook om een link te volgen naar de afbeeldingen van de verschillende individuele afdrukken in een aantal museale collecties, voor zover die op de website van de betreffende instelling geïllustreerd worden. Dit is bijvoorbeeld het geval met de ruim 500 afdrukken van prenten van Charles Donker op de website van het Rijksmuseum.

Uitgangspunt bij het samenstellen van deze catalogus was naast de al genoemde verzameling in Amsterdam, de verschillende openbare Nederlandse verzamelingen (Centraal Museum in Utrecht, Museum Het Rembrandthuis in Amsterdam, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, en de Fondation Custodia, collection F. Lugt in Parijs) en het vrijwel complete bestand dat de kunstenaar van zijn eigen prenten, met veel proefdrukken (en etsplaten) bezit. Over de openbare verzamelingen van Donker-prenten zal later het essay, De verkoop van de prenten van Charles Donker en zijn werk in openbaar bezit, aan deze Monograph worden toegevoegd.

In het beginstadium was de bereidheid van verschillende verzamelaars om hun collectie bij herhaling te tonen van groot belang. Tot de meest omvangrijke particuliere verzamelingen behoren die van Lammijna Oosterbaan en Eddy de Jongh, van Peter Hecht en van Marietje van Winter (inmiddels in bezit van het Rijksprentenkabinet in Amsterdam), allemaal Utrechtse verzamelingen. De belangrijkste is die van de kunstenaar, die de duizenden afdrukken in zijn laden en mappen en alle mogelijke informatie, bij tientallen bezoeken, fysiek toegankelijk maakte. Zijn hulp en gastvrijheid (hartelijk gedeeld door zijn vrouw Niovy) vanaf de zomer van 2009 waren hartverwarmend en van wezenlijk belang voor het tot stand komen van deze catalogus.

Hetzelfde geldt voor de medewerking van het Rijksprentenkabinet, waarvan het toenmalige hoofd Ger Luijten (en zijn opvolger Jane Turner) en de conservator 20ste eeuw Jacqueline de Raad, mij niet alleen de volledige vrijheid gaven om de verzameling Donker-prenten te ordenen en te bestuderen, maar ook de aankoop van ruim 100 prenten in 2010 en de digitale fotografie van alle afdrukken mogelijk maakten. Deze opnamen vormen het uitgangspunt voor de digitale afbeeldingen in deze catalogus. In het voorjaar van 2010 bracht Lieve d’Hont als stagiaire bij het Rijksprentenkabinet (destijds student in Utrecht en nu restaurator in opleiding bij de Universiteit van Amsterdam), de informatie over de prenten in het collectiebeheerssysteem Adlib op orde, wat de basis voor de catalogus verschafte. Haar hulp, ogen en nauwgezetheid waren bij het samenstellen onmisbaar. Dankzij de steun van de Stichting Sanssouci kon zij in 2012 verder worden ingeschakeld bij het overbrengen van de catalogusgegevens in deze RKDMonograph.

De bereidheid van het RKD (Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie), en met name de redactie van de reeks (Ton Geerts, Anita Hopmans, Roman Koot en Reinier van ´t Zelfde), om deze catalogus te publiceren als RKDMonograph, en hun inzet tijdens het tot standkomen van deze publicatie, maakte de realisering van de catalogus mogelijk. Daarvoor werden de opnamen van de afdrukken van Donker-prenten in het Rijksmuseum grotendeels aangevuld met door het RKD gemaakte opnamen van de ontbrekende prenten uit het bezit van de kunstenaar.

Daarnaast wil ik graag de volgende personen danken voor hun hulp bij de totstandkoming van deze catalogus. Bij het RKD in Den Haag: Henk Platenburg, Vicky Foster en Reinier van ´t Zelfde. Bij het Rijksmuseum Amsterdam: Taco Dibbits, Cecile van der Harten, Henrike Hövelmann, Geertje Jacobs, Geert-Jan Koot, Huigen Leeflang, Idelette van Leeuwen, Jacqueline de Raad, Jane Turner en Caro Verbeek. Bij het Rembrandthuis, Amsterdam dank ik Bob van den Boogert, Leonoor van Oosterzee en Leonore van Sloten. Bij Museum Boijmans Van Beuningen: Peter van der Coelen en Dingenus van de Vrie. Bij het Centraal Museum in Utrecht: Len van de Berg en Marja Bosma. Bij Fondation Custodia in Parijs: Ger Luijten en Cécile Tainturier. En verder aan Carel Blotkamp, Dobs en Ton van Dijk, Ton Entius, André Jas, Peter Schatborn, Hugo van der Velden, en vele andere liefhebbers van de prenten van Charles Donker.

Jan Piet Filedt Kok

 


Datum laatste wijziging: Jan 31, 2013 05:04 PM